noorderlicht
OverigTips & Tricks

Het noorderlicht gevonden – wat nu?

Tijdens mijn tripje naar Tromsø had ik echt maar één doel: het noorderlicht zien. Natuurlijk wilde ik hier ook nog wat foto’s van maken en dat leek mij prima te doen met mijn spiegelreflexcamera.  Ik had mij -zo slim als ik ben- totaal niet ingelezen in het fotograferen van het noorderlicht. Gelukkig kreeg ik een last minute uitleg die ik graag met je deel.

Het noorderlicht is in de basis eigenlijk best lastig te fotograferen: je kunt niet terugvallen op de automatische instellingen en je moet alles handmatig instellen. Op zich geen  probleem, maar je moet dus wel precies weten wat je moet instellen. Daarnaast verandert het noorderlicht zelf ook constant.

Focus

Als je het noorderlicht fotografeert, wil je natuurlijk wel graag een scherpe foto hebben waarop ook bijvoorbeeld de sterren zichtbaar zijn. Daarvoor is het van belang dat je de focus manueel op oneindig zet. Dit is eigenlijk hetzelfde als bij vuurwerkfotografie. Voordat je de focus op oneindig zet, wil je wellicht weten waarom je dat doet. Als je dit niet doet, zullen bijvoorbeeld sterren eruitzien als vlekken. Daar gaat je mooie beeld van het noorderlicht.

ISO-waarde, diafragma en sluitertijd

Het noorderlicht verandert constant waardoor een korte sluitertijd van belang is. Mij werd aangeraden om een zo hoog mogelijke ISO-waarde te nemen, omdat de sluitertijd dan nog korter kon. Helaas is het zo dat een foto erg korrelig wordt bij een hoge ISO-waarde. Mijn voorkeur gaat daarom uit naar een lagere diafragma-waarde. Hiermee bepaal je hoeveel licht er op je lens valt en tegelijkertijd voorkom je ermee dat de ISO-waarde belachelijk hoog ingesteld moet worden. Ook hoef je de sluitertijd dan minder lang in te stellen. Genoeg redenen om voor een laag diafragma te kiezen. De vraag is dan alleen nog voor welke ISO-waarde je moet kiezen. In mijn geval was het noorderlicht niet heel fel, waardoor ik mij met een ISO-waarde van 400 redde. Het kan echter zijn dat je de ISO-waarde iets hoger of lager moet instellen. Dit kun je gelukkig ieder moment aanpassen.

De ‘ideale’ instellingen zijn f 2.8 t0t f 3.5 en de sluitertijd tussen de 8 tot 15 seconden.

Flitser en statief

Om meteen met de deur in huis te vallen: flitsen liever niet. Het is erg hinderlijk voor anderen als jij flitst, maar dat is niet de enige reden. Het noorderlicht zal namelijk ook anders worden weergegeven. Het is uiteraard wel mogelijk om een flitser te gebruiken, maar neem dan bijvoorbeeld een handflitser zodat je iemand iets kunt belichten. Let daarbij wel op dat je niet in de sneeuw schijnt, want dan komt er een witte vlek op je foto.

Ik weet dat veel mensen denken dat je de foto juist beter kunt maken door wel een flitser te gebruiken, maar bij het fotograferen van het noorderlicht is voornamelijk een statief noodzakelijk. Je hebt immers een relatief lange sluitertijd en de camera dient echt stil te blijven. Neem daarom zeker een statief mee en denk niet net zoals ik dat het zonder ook wel lukt. Het lukt gewoon niet zo goed en dat is achteraf heel zonde.

Bestandsindeling

Uiteindelijk kun je met de gekozen bestandsindeling ook nog wat invloed uitoefenen op het resultaat. Het beste kies je voor een RAW-bestandsindeling. JPG-bestanden worden namelijk direct door de camera gecomprimeerd, wat betekent dat je niet de originele foto hebt. Dit voorkom je door voor een RAW-bestandsindeling te kiezen. Als je dan nog iets wilt aanpassen, dan kun je dat zelf doen.

Overige tips

Om rare effecten, zoals kringen, op je foto’s te voorkomen, raad ik je ook aan om een filter van je lens te verwijderen. Ik heb standaard een UV-filter op mijn lens zitten, maar dat is bij het noorderlicht af te raden. Als laatste wil ik je graag meegeven dat het voornamelijk belangrijk is dat je van het noorderlicht geniet. Mevrouw Aurora Borealis is niet altijd zichtbaar en je mag jezelf écht gelukkig prijzen als je haar wel ziet. Het gaat uiteindelijk om die prachtige ervaring!

The author: Elsemieke

4 Comments

Leave a Reply